Wordt Brabant het nieuwe Atlantis? Bestuurders uit Brabant staan stil bij de vraag of we de klappen van klimaatverandering nog op kunnen vangen


8 september 2026

Donderdag 3 september kwamen bestuurders uit Brabant samen in Den Bosch voor de jaarlijkse Brabantse Waterdag. Dit jaar georganiseerd door waterschap Aa en Maas, namens de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB). De Brabantse Waterdag is een jaarlijkse kennis- en netwerkbijeenkomst die de NBWB organiseert. Een inspirerende middag met bestuurders van gemeenten, waterschappen, provincie en veiligheidsregio's die werken aan waterveiligheid, waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Want als bestuurlijk Brabant hebben we een gedeelde verantwoordelijkheid te nemen in het watervraagstuk.

Terwijl we ons astronomisch gezien nog in de warmste zomer ooit bevinden en we nog altijd kampen met een serieus watertekort, bereiden we ons tegelijkertijd voor op wateroverlast. Tegenstrijdig? Integendeel. Het zijn juist twee kanten van dezelfde medaille: weersextremen als gevolg van klimaatverandering.

Zoals ook deltacommissaris Co Verdaas mandag 7 september in Den Haag het kabinet waarschuwt: “Het leven in de Nederlandse delta gaat ingrijpend veranderen. Nieuwe wateroverlast is niet langer met pompen, stuwen en gemalen op te lossen.” Verdaas heeft een harde boodschap. “Dit gaat mensen in hun bestaan raken.” De Deltacommissaris roept de overheid op om keuzes te maken in hoe we het land inrichten en ons water gebruiken, vasthouden en afvoeren. Hij hoopt op een mentale omslag van Nederland, dat zich meer moet realiseren dat het een land is dat voor een groot deel onder zeeniveau ligt. De deltacommissaris deed dat bij de overhandiging van de resultaten van het onderzoek naar de houdbaarheid van de Nederlandse wateraanpak aan minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat).

Dat roept urgente vragen op. Doen we de juiste dingen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen in wat ooit gold als de best beschermde delta ter wereld? En hoe kijken inwoners eigenlijk naar de risico's die op ons afkomen?

Het zijn geen doemscenario's, maar realistische vragen. De impact van klimaatverandering maakt extreem weer steeds waarschijnlijker. De vraag is dan ook niet óf Brabant met een dergelijke calamiteit te maken krijgt, maar wanneer. En misschien nog belangrijker: zijn we er klaar voor?

Met inspirerende sprekers, scherpe gesprekken en een zaal vol betrokken bestuurders stond de dag in het teken van één centrale opgave: hoe maken we Brabant weerbaar voor de wateruitdagingen van morgen? Want alleen door samen vooruit te kijken, kunnen we voorkomen dat we straks achter de feiten aanlopen.

Water vasthouden waar het valt en afvoeren wanneer het moet. Het klinkt eenvoudig, maar vraagt om een schaars goed: ruimte. Ruimte voor water om te infiltreren, ruimte om piekbuien op te vangen en ruimte om onze leefomgeving weerbaarder te maken tegen een grilliger klimaat. Juist daarom zijn gemeenten onmisbaar. Alleen door samen slim om te gaan met de schaarse ruimte die we hebben, kunnen we onze steden en dorpen voorbereiden. Van langdurige droogte tot stortbuien en wateroverlast: water stopt niet bij gemeente- of waterschapsgrenzen, de uitdagingen waar we voor staan ook niet. Die noodzaak tot samenwerking werd treffend verwoord door Erik de Ridder, voorzitter van de NBWB en watergraaf van waterschap De Dommel: "We hebben elkaar keihard nodig. Daarom zijn we als Brabantse waterschappen bezig om samen met gemeenten de nieuwe waterschapsverordening vorm te geven. Zo zorgen we er samen voor dat initiatieven nog beter bijdragen aan het langer vasthouden van water en het voorbereiden van bebouwd gebied op extreem weer."

NBWB voorzitter Erik de Ridder (links) met dagvoorzitter Michiel Eijsbouts (rechts)

Dijkgraaf Mario Jacobs: “De kans dat de waterbom valt, is dezelfde kans als dat Gaston vanavond bij je aanbelt, of drie keer achter elkaar zes gooien”

De gastheer van de dag, onze dijkgraaf Mario Jacobs, trapte als eerste spreker af met een bevlogen betoog over de urgentie van waterweerbaarheid. Want één ding is zeker: de volgende waterbom kan altijd vallen. Ook morgen!

Om het gevoel van kansberekening en onzekerheid tastbaar te maken, trok Mario een treffende vergelijking met de Postcodeloterij. De hoofdprijs valt wel of niet in jouw straat. Net zoals drie keer achter elkaar zes gooien met een dobbelsteen uiterst onwaarschijnlijk lijkt. En toch gebeurt het. Juist dát is de crux: een extreem kleine kans is nog altijd een kans. Sterker nog, het zou morgen al kunnen gebeuren.

Met extreem warme oceanen als gevolg van lange periodes van droogte en hitte lijken extreme weersomstandigheden bovendien dichterbij dan we soms willen geloven. Mario sloot zijn verhaal dan ook af met een duidelijke waarschuwing die nog lang bleef hangen in de zaal: “Mark my words: het wordt een nat jaar.” Een krachtige opening die direct benadrukte waarom het gesprek over waterweerbaarheid niet over de toekomst gaat, maar over het hier en nu.

Dijkgraaf Mario Jacobs en tevens gastheer van deze editie van de Brabantse Waterdag

Mario liet ook zien hoe vluchtig onze aandacht soms is. Na een crisis of extreme weersituatie is de urgentie glashelder. Hittegolven, droogte of wateroverlast domineren het nieuws en zijn hét gesprek van de dag. Maar zodra de temperaturen dalen of de straten weer droog zijn, verschuift de aandacht razendsnel naar de volgende actualiteit.

We zijn als samenleving verrassend goed in herstellen, maar ook in vergeten. En juist daar schuilt de uitdaging: hoe zorg je ervoor dat de urgentie van klimaatadaptatie blijft hangen, ook als het water niet aan de lippen staat of de regen juist uitblijft? Hoe houd je het gesprek levend, niet alleen tijdens een crisis, maar het hele jaar door?

Hoe krijg je mensen in beweging voor een risico dat ze niet voelen?

Die vraag stond centraal in de bijdrage van Job Groeneweg, senior wetenschapper bij TNO en Universiteit Leiden en hoogleraar aan de TU Delft.Met aansprekende voorbeelden nam hij de zaal mee in de werking van ons brein. Daarbij speelde één klein, maar cruciaal onderdeel een hoofdrol: de amygdala, de risicothermostaat van ons brein. Pas als die aanslaat, ervaren we een situatie als urgent en zijn we bereid in actie te komen. Zonder gevoel van risico komt zelfs de beste boodschap simpelweg niet binnen.

Professor Job Groeneweg

Groeneweg liet zien hoe menselijk gedrag, risicoperceptie en veiligheid nauw met elkaar verweven zijn. En dat blijkt meteen een uitdaging voor overheden die inwoners bewust willen maken van klimaat- en waterproblemen. Want waar waterschappen dagelijks te maken hebben met een indrukwekkende lijst aan opgaven, van droogte en verdroging tot bodemdaling, verzilting, wateroverlast en waterkwaliteit, werkt ons brein heel anders.

"Te veel problemen zijn geen problemen," stelde Groeneweg. "Als je van alles een probleem maakt, is in de hoofden van mensen uiteindelijk niets meer een probleem." Volgens hem zijn mensen van nature vooral gericht op hun dagelijkse zorgen. De rekening die betaald moet worden, de kinderen die naar school moeten, de agenda van morgen. Grote, abstracte(re) risico's voor de toekomst krijgen daardoor moeilijk een plek.

"Mensen zitten in hun dag-tot-dag-zorgen. Zo zitten veel mensen nu eenmaal in elkaar. En dan heb je een overheid die veel tijd steekt in het overtuigen met inhoudelijke feiten en cijfers. Terwijl de meeste mensen juist visueel en beeldend zijn ingesteld. Bovendien is ons absorptievermogen, ons vermogen om nieuwe problemen op te nemen, beperkt."

Daar wringt volgens Groeneweg de schoen. Er bestaat een mismatch tussen de informatie die overheden aanbieden en de manier waarop mensen informatie verwerken. De probleembeleving ontbreekt vaak nog. "De gemiddelde Nederlander denkt: in Brabant zitten we hoog en veilig op de zandgrond."

De les voor overheden? Maak grote opgaven kleiner. Kies focus. Vertel één verhaal tegelijk. En vooral: vertel allemaal hetzelfde verhaal. "Als problemen te groot en te complex zijn, moet je ze opknippen. Kies bewust welk probleem aandacht verdient en gebruik heldere taal. Geef mensen duidelijk aan wat je van hen verwacht en bied daarbij een concreet handelingsperspectief."

Zijn boodschap sloot naadloos aan bij de rode draad van de Brabantse Waterdag. Bestuurders voelen de urgentie van water- en klimaatvraagstukken dagelijks. Inwoners vaak veel minder. Juist in die kloof ligt een belangrijke uitdaging. Want zolang de een naar de ander blijft kijken voor de oplossing, blijft de vraag overeind: hoe maken we van bewustwording ook daadwerkelijk beweging?

Minstens zo belangrijk als de boodschap zelf, is de afzender ervan. Want naar wie luisteren mensen als het gaat over een watercrisis? Naar het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap? Wie pakt de regie, wie is verantwoordelijk en wie spreekt met voldoende gezag om mensen daadwerkelijk in beweging te krijgen?

Volgens Job Groeneweg begint effectieve risicocommunicatie bij duidelijkheid. Niet alleen over het probleem, maar ook over wie het verhaal vertelt. Zijn advies is dan ook helder: maak trammelant: "Als je het vaak over een probleem hebt, zullen mensen denken dat het blijkbaar belangrijk is. Onze hersenen zijn namelijk gevoelig voor herhaling. Urgentie ontstaat niet door één campagne, één persbericht of één langdurig droge periode in de zomer. Urgentie ontstaat doordat een onderwerp steeds terugkomt en onderdeel wordt van het collectieve bewustzijn.”

“De beste adaptatie is mitigatie” en “transformeren is veel moeilijker dan intensiveren”

Deze uitspraken zetten de toon voor een boeiend gesprek tussen onze dagvoorzitter Michiel Eijsbouts, Jelle van Minnen van het Planbureau voor de Leefomgeving en Dolf Kern, coördinerend adviseur bij Staf Deltacommissaris.

Dolf Kern, die goed bekend is met ons gebied plaatste de Brabantse opgaven in het bredere perspectief van de Nederlandse Delta. Vanuit zijn landelijke blik schetste hij de uitdagingen én kansen die ons te wachten staan. Brabant loopt volgens Kern voorop, in zowel de droogte aanpak (via de Droogte Agenda, linkje) als ook in de aanpak van wateroverlast in de HoWaBo-aanpak,

Jelle van Minnen deelde zijn visie op het rapport ‘Voorbij de risico’s: keuzes voor een klimaatbestendige leefomgeving.’. Het rapport laat zien dat klimaatadaptatie niet alleen vraagt om technische maatregelen, maar vooral om maatschappelijke en bestuurlijke keuzes. Welke afwegingen maken we vandaag om onze leefomgeving ook morgen veilig, leefbaar en toekomstbestendig te houden?

Het gesprek bood waardevolle perspectieven op de vraag hoe we ons voorbereiden op een veranderend klimaat en welke keuzes daarbij onvermijdelijk zijn.

Jelle van Minnen (links) en Dolf Kern (rechts)

Podiumgesprek: “Weet je wel waar je woont?”

Onder bezielende begeleiding van de dagvoorzitter Michiel Eijsbouts gingen dijkgraaf Mario Jacobs, Daan Prevoo, burgemeester van Valkenburg aan de Geul en Jack Mikkers, burgemeester van ‘s - Hertogenbosch in gesprek.

Centraal stonden de indringende ervaringen van burgemeester Prevoo tijdens de verwoestende watercrisis die Valkenburg in 2021 trof. Van dichtbij maakte hij mee hoe een calamiteit waarvan je hoopt dat die nooit gebeurt, in een paar uur tijd werkelijkheid wordt. In het gesprek stond één vraag centraal: welke keuzes moeten we vandaag maken om morgen niet verrast te worden? Wat wil burgemeester Prevoo meegeven aan zijn Bossche collega Mikkers, burgemeester van de spreekwoordelijke ‘badkuip’ of ‘soepkom’ van Brabant?

Want stel dat de waterbom die Limburg overspoelde, in Brabant valt? Hoe voorbereid zijn we dan? Het leverde een openhartig gesprek op over bestuurlijke dilemma’s, crisisbeheersing en de realiteit dat extreem weer niet langer een ver-van-ons-bed-show is. De vraag is niet óf zo'n scenario zich voordoet, maar wanneer.

V.l.n.r.: Mario Jacobs, Daan Prevoo, Jack Mikkers en Michiel Eijsbouts

Daan Prevoo nam de zaal in vogelvlucht mee langs de gebeurtenissen van de zomer van 2021. Van de eerste meldingen van stijgend water tot de chaos, de impact en de lange nasleep die volgde. Een ramp van die omvang stopt namelijk niet zodra het water zakt. Jaren later zijn de sporen nog altijd zichtbaar. Niet alle schade is hersteld en discussies over schadevergoedingen en herstelregelingen slepen nog steeds voort.

Daan Prevoo: “De waterbom in Limburg was een soort bosbrand op de Noordpool. Mensen realiseerden zich niet dat dit op deze schaal kon gebeuren. Dan overkomt het je. Daarom moeten we als overheden de pijnlijke waarheid blijven vertellen.”

Die boodschap vond direct weerklank bij burgemeester Mikkers. Volgens hem begint weerbaarheid bij bewustwording: "We moeten mensen omgevingsbewust maken, zodat zij zich realiseren waar zij wonen." Dijkgraaf Mario Jacobs refereerde vervolgens aan een waterlabel voor woningen, een soort energielabel dat het waterrisico en de klimaatbestendigheid van een perceel in kaart brengt. Dat moet huizenkopers en -eigenaren bewust maken van de invloed van water op hun woonomgeving.

Het gesprek maakte duidelijk dat klimaatverandering niet alleen vraagt om dijken, maatregelen en plannen, maar ook om eerlijke gesprekken. Over risico’s, over kwetsbaarheid en over de vraag of we als bestuurder bereid zijn om impopulaire keuzes te maken in het belang van de veiligheid van onze inwoners.

Burgemeester Daan Prevoo en dijkgraaf Mario Jacobs

De Speld Over Morgen

De dag eindigde zoals hij begon: met stof tot nadenken. Geen traditioneel afzakkertje, maar eerder een energizer met een scherp randje. Met hun kenmerkende observaties en komische analyses legde De Speld feilloos de pijnpunten van deze tijd bloot.