Waterbericht juni: nat begin maar een droge klap aan het einde


6 juli 2026

Net als de maand mei, is juni er één met twee gezichten. Het begin van de maand was het nog redelijk fris en nat. Het eindigde met extreem hoge temperaturen en droogte. Voor de maand mei gold hetzelfde recept. De frisse start met regelmatig regen erbij in de eerste weken zorgde ervoor dat het neerslagtekort afnam en het watersysteem wel een stootje droogte kon opvangen. De laatste weken van juni zagen er totaal anders uit met temperaturen ver boven de 30 graden, met als gevolg enorme verdamping, en bijna geen regen. Dat was een flinke droge dreun voor het watersysteem.

Gemiddeld viel er in ons werkgebied 100 mm regen. Dat maakt juni een natte maand, want meestal valt er zo’n 60 mm regen. Opvallend is dat er in het noordelijk deel van ons werkgebied veel meer regen is gevallen (ruim 120 mm) dan in het zuidelijk deel (rond de 70 mm). De meeste regen viel in de eerste weken van juni.

Neerslagtekort

Door het frisse weer en de gevallen regen in de eerste twee weken van juni is het neerslagtekort (het verschil tussen de hoeveelheid regen die er valt en de hoeveelheid water die verdampt) gedaald met bijna 50 mm. In de laatste twee weken is deze juist fors gestegen met ongeveer 60 mm door de extreem hoge temperaturen en hoeveelheid zon. Al de gevallen regen is letterlijk verdampt in de laatste weken. Daardoor is in juni uiteindelijk het neerslagtekort toegenomen. Voor ons werkgebied, gemeten in Volkel, komt het tekort  boven de mediaan uit en nog ruim onder de 5% droogste jaren uit. En omdat we deze meten vanaf 1 januari is er nog altijd een overschot voor het hele jaar. Onderstaande figuur laat dat zien met de zwarte lijn voor het huidige jaar en de groene lijn voor de 5% droogte jaren, de blauwe lijn geeft het gemiddelde weer.

Figuur 1: neerslagtekort vanaf 1 januari gemeten te Volkel

Wat betekent dit voor de grondwaterstanden?

De grondwaterstanden in juni laten ook twee gezichten zien. In het begin van de maand zagen we overal stijgende grondwaterstanden en had een derde van het werkgebied hogere grondwaterstanden dan normaal gesproken. In de tweede hete en droge helft van juni zijn de standen sterk gaan dalen. De enorme verdamping zorgde ervoor dat het watersysteem een flinke droogteklap heeft gekregen. Uiteindelijk is in een maand tijd de grondwatersituatie iets verslechterd, maar zien we  nog altijd in ongeveer 50% van ons werkgebied gemiddelde grondwaterstanden. De hogere gronden zoals de Maashorst blijven wat verder onder een gemiddelde situatie, zoals dat het hele jaar al het geval is. Deze gebieden hebben nog last van het droge jaar 2025.

Figuur 2: grondwaterstanden op 5 juni 2026 en 3 juli 2026 met de afwijking van wat een gemiddelde stand is op dezelfde datum

Hoe staat het met de waterstanden en afvoeren in sloten en beken?

Ook hier komen de twee gezichten terug. De eerste weken van juni stegen de afvoeren na een droog en heet einde van de maand mei. Het waren heel gemiddelde afvoeren. Alleen de beken en sloten op de hogere gronden hadden een lage afvoer. Deze zijn nog laag omdat het grondwater niet hoog genoeg staat. Het grondwater is de waterbron voor deze beken. De tweede hete en droge helft zorgde ervoor dat in het hele werkgebied de afvoeren gestaag daalden. Het gaat snel naar de kritische waarde voor lage afvoeren. We zien ook een forse toename van stilstaand water. Dat wil zeggen dat de beek of sloot nog wel op peil staat, maar niet meer stroomt. Ook zien we meer droogval in de kleinere sloten op de hogere gronden. Waterstanden in beken en sloten met water worden met stuwen kunstmatig hooggehouden.

Hoe is het op het land?

Aan het begin van de maand is de bodem natter geworden en was er vrijwel geen beregeningsbehoefte voor gewassen. Er viel immers genoeg regen. De laatste weken van de maand juni heeft de bodem opgedroogd, waardoor de beregeningsbehoefte toenam. De gewassen hebben eind juni meer water nodig en als regen uitblijft, maar er wel heel veel water verdampt door extreem hoge temperaturen, is de behoefte aan beregening groter. Met de opmerking erbij dat er nog niet massaal beregend wordt en de bodem zeker nog niet overal helemaal is uitgedroogd.

Hoe staat het de Maas?

De Maas laat hetzelfde beeld zien als ons watersysteem. Begin juni opgeleefd om in de laatste weken van juni gestaag te dalen. De Maas heeft altijd genoeg water afgevoerd om aan de watervraag (om ons werkgebied te voorzien van water) te voldoen. De afvoer zat gemiddeld rond de 70 m3/s, dat is iets lager dan normaal. Richting het einde van de maand kroop de afvoer van de Maas naar de grens van 5% lage afvoeren. De afvoer schommelt sterk. De Maas wordt aangedreven door droog of nat weer en door het stuwbeheer in de Ardennen. In onderstaande afbeelding zie je de afvoer van de Maas in de maand juni gemeten bij St Pieter waar de Maas Nederland binnenkomt.

Figuur 3: afvoer van de Maas gemeten te St Pieter

Hoe gaat het met de waterkwaliteit?

De hitte en droogte van de afgelopen weken hebben invloed op de waterkwaliteit. Minder water(aanvoer) kan leiden tot stilstaand water, dat (nog) sneller opwarmt. In warm water lost zuurstof minder goed op. Dit kan weer leiden tot problemen voor vissen en ander waterleven. Ook vormt warm (en voedselrijk) water voor omstandigheden waar algen (zoals blauwalgen) zich lekker in thuis voelen en ineens massaal de kop op kunnen steken. De eerste sloten en beken met blauwalg in ons werkgebied zijn al geconstateerd, en we verwachten dat het hier niet bij stopt.

Hoe gaat het waterschap met de huidige situatie om?

  • Met ons peilbeheer anticiperen we op de situatie. Stuwen staan hoog om water zo goed mogelijk vast te houden. Hierbij is de zogeheten conserveringsmarge (maximaal vasthouden) massaal ingezet. Zolang de grondwaterstanden nog niet op orde zijn, en niet hoger staan dan gemiddeld, blijven we inzetten op hoge peilen.
  • De aanvoer van water uit de Maas is verder opgevoerd en staat vooral via de Noordervaart op wat maximaal mogelijk is. De aanvoer via de Noordervaart is alleen niet genoeg om het hele achterland van water te voorzien. Met name richting Boekel en Landhorst is er meer behoefte aan water dan er aangevoerd kan worden. De Sambeekse uitwatering is weer omgedraaid van een afvoersysteem naar een aanvoersysteem. In de polders wordt water aangevoerd naar behoefte van het gebied. De aanvoer daar is nog niet maximaal.
  • Vistrappen zijn of worden dichtgezet om te voorkomen dat er water wegloopt.
  • We maaien waterlopen, zodat water zo goed mogelijk verdeeld kan worden over ons gebied.
  • Effleunt (gezuiverd rioolwater) wordt ingezet om beken en sloten op peil te houden. Dit vormt een steeds groter aandeel van het beschikbare water.

Wat is de verwachting voor de komende weken?

De verwachting is dat de eerste week van juli qua tempratuur nog gemiddeld verloopt met misschien een beetje regen. Later wordt er weer hitte en droogte verwacht. Juli lijkt een droge maand te worden. De droogte in ons werkgebied neemt dan toe met meer droogval, lagere afvoeren, zakkende grondwaterstanden en een grotere beregeningsbehoefte tot gevolg. Omdat het heel waarschijnlijk is dat er een droog scenario komt, staat hieronder de verwachting van de grondwaterstanden ten opzichte van de situatie op 3 juli. De verwachting geeft de grondwaterstanden weer na een droge maand. Let op! Het blijft een verwachting. Dit kan anders uitpakken.

Figuur 4: de verwachte grondwaterstanden na een droge maand vergeleken met huidige situatie