Zoeken
Onderhoud, en daarmee maaibeheer, is onderdeel van het ontwerpproces bij deelproject Lage Raam. Beheer en onderhoud wordt afgestemd met de toekomstige beheerders van gebieden. Dit kan het waterschap zelf zijn, maar ook natuurorganisaties of particulieren die een perceel zelf ontwikkelen/realiseren. Het beheer- en onderhoudsplan is integraal onderdeel van het Projectbesluit. Dit beheer en onderhoudsplan wordt getoetst aan het Beheerplan Watersysteem van het Waterschap, waarin in hoofdstuk 5 het onderhoud van watergangen wordt beschreven.
Alle oplossingen, zowel op watersysteemniveau als maatwerk op perceelniveau, worden afgewogen op basis van meerdere factoren. Deze factoren zijn onder andere, mate waarin invulling wordt gegeven aan de doelen van het project, mate waarin het knelpunt wordt opgelost, technische haalbaarheid, financiering en planning.
We werken volgens de volgorde: voorkomen, mitigeren, schade uitkeren. Eerst wordt gekeken naar voorkomen van ongewenste effecten door maatregelen op watersysteemniveau (stap 1), dan mitigeren met maatwerk oplossingen voor percelen (stap 2) en als laatste optie uitkeren van schade (stap 3)
Stap 1
In de fase van het schetsontwerp werken we toe naar een ontwerp waarin de werking van het volledige systeem (Lage Raam en zijsystemen) wordt getoetst op grondwatereffecten en capaciteit van afvoer en waarin knelpunten waar mogelijk met maatregelen op systeemniveau worden opgelost.
Stap 2
Knelpunten als gevolg van de peilverhoging die op systeemniveau niet opgelost kunnen worden, worden besproken tijdens de keukentafelgesprekken met als doel mitigatie (= voorkomen van negatieve effecten) op perceelsniveau te bepalen. Hierbij is steeds sprake van een lokale afweging in samenspraak met de grondeigenaar.
Stap 3
Als knelpunten ook niet op perceelsniveau opgelost kunnen worden, dan kan achteraf bij optreden van schade als gevolg van grondwaterstandverandering gebruikt gemaakt worden van de regulieren schaderegeling van Waterschap Aa en Maas.
Niet. Het waterschap richt zich wat betreft oplossingsrichtingen op mitigerende (technische) maatregelen. Dit zijn maatregelen die eventuele negatieve effecten voorkomen. In eerste instantie doen we dit op systeemniveau en waar nodig vervolgens op perceelsniveau. Ook kavelruil kan in sommige gevallen een optie zijn. Het uitkopen van volledige bedrijven is voor het waterschap niet aan de orde.
Dit wordt uitgewerkt in het monitoringsplan en kan variëren van extra maatregelen tot terugzetten van het stuwpeil of uitkeren van opgetreden schade. Het monitoringsplan wordt uitgewerkt in de fase waarin het definitief ontwerp wordt uitgewerkt.
Nee, voor de herinrichting van de Lage Raam maken we gebruik van bestaande schaderegelingen van het waterschap.
Met grondeigenaren en ondernemers vinden gesprekken plaats. De resultaten uit deze gesprekken worden in het voorkeursontwerp verwerkt. Perceeleigenaren en andere belanghebbenden kunnen naast hun deelname in het proces ook gebruik maken van de inspraakprocedure van het Projectbesluit (voorheen Projectplan Waterwet).
Perceeleigenaren waaronder ondernemers en bewoners die binnen het beïnvloedingsgebied van de peilverhoging vallen (o.b.v. hydrologische berekeningen) worden op meerdere manieren betrokken bij de planvorming: - Persoonlijk tijdens keukentafelgesprekken. - In de begeleidingsgroep - Schets/werksessies/informatiebijeenkomsten - Klankbordgroep (per eind 2022).
De randvoorwaarden worden uitgewerkt in de fase waarin we het definitieve ontwerp uitwerken.
Nee. De informatie over bodemopbouw die in het grondwatermodel zit is op regionaal schaalniveau. Dit is altijd het geval bij grondwatermodellen. Voor een vlakdekkend grondwatermodel voor een gebied zoals de Raamvallei is het ondoenlijk om op individueel perceelsniveau bodemgegevens te verzamelen en in het model in te bouwen. Bodemgegevens uit regionale data zijn compleet en betrouwbaar maar kunnen lokaal heel specifieke afwijkingen vertonen ten opzichte van de praktijksituatie. Dit zal echter geen significante wijzigingen geven van de modeluitkomsten. Alleen als de modeluitkomsten daar sterke aanleiding toe geven kan hier in een latere fase op ingezoomd worden. Op basis van vergelijking met meetgegevens en de steekproefgesprekken werd herkend dat het rekenmodel de werkelijkheid op een representatieve manier benaderd.