Met een antenne langs de Maas: ‘beverdetective’ Ronald jaagt op piepjes van dieren die onze dijken kunnen slopen


18 mei 2026

Met een grote rechthoekige antenne in zijn hand tuurt Ronald Wolters over het water van de Maas bij Macharen. De ‘beverdeskundige’ van waterschap Aa en Maas is op een bijzondere missie: hij zoekt bevers met een zender. Een nieuwe troef om de dijken te beschermen.

De avondzon maakt kleine sterretjes op het water van een doodlopende arm van de Maas tussen Macharen en Oijen. De kerktoren van Maasbommel, aan de overkant van de rivier, vormt een donker silhouet tegen de oranje hemel. Een paar eenden daalt neer om te overnachten. Het is doodstil. Ronald Wolters kijkt op als er plotseling kringen in het water verschijnen. Maar nee, het is niet wat hij zoekt: het is een meerkoet die het water in beweging brengt. Geen bever.

Het is echt genieten van dit prachtige avondje langs de Maas, maar het doel is serieus en van groot belang. Wolters zoekt ‘zijn’ gezenderde bevers. Het is een nieuwe manier voor het waterschap, uniek in Europa, om de dijken beter te leren beschermen.

De gezenderde bevers brengen onderzoekers steeds dichter bij de geheimen van het verborgen leven onder de waterlijn. Waar graven ze? En wat doen ze als het water stijgt en hun burchten onderlopen? Onderzoekers proberen met kennis van bevergedrag zwakke plekken in de dijken door graverij te voorkomen. De dieren zijn fantastische bouwers, maar hun graaftalent is gevaarlijk voor de dijken. En dat is de voornaamste taak van de ‘beverdeskundige’ bij het waterschap: zorgen voor veilige dijken.

Alles om gaten te voorkomen

Het waterschap doet er alles aan om te voorkomen dat de dieren de dijken beschadigen. Hele stukken Maasdijk zijn en worden voorzien van gaas en soms een stalen damwand, om te voorkomen dat de bevers er gaten in graven. Maar alle dijken op die manier beschermen langs de rivier en in de uiterwaarden is ondoenlijk en veel te kostbaar. „En als ze maar één vrij plekje vinden, dan beginnen ze daar te graven.”

Onlangs heeft een aantal bevers in Nederland een zender gekregen voor onderzoek. Het zijn er slechts een handvol, in Drenthe en Brabant. Er komt heel wat bij kijken om de dieren te vangen en van een zender te voorzien. Op papier, want het valt juridisch onder de Wet op de Dierproeven, maar ook in de praktijk. Het heeft speciaal opgeleide muskusrattenvangers twee weken gekost om op de onderzoekslocatie een paar bevers te lokken, vangen en voorzichtig te voorzien van een zender.

In Brabant dragen nu twee bevers een zender. Zij leven in het gebied van waterschap Aa en Maas. Ze hebben een zendertje in hun staart gekregen, zo’n beetje als een label in het oor van een koe.

Bever met zender

Waar gaan ze graven?

Dankzij het signaal kunnen onderzoekers leren van het gedrag van de bever. Het project wordt geleid door Hogeschool Van Hall Larenstein, in samenwerking met de Zoogdiervereniging en het waterschap. „We zijn vooral benieuwd wat ze doen als het water stijgt”, legt Wolters uit, terwijl hij de apparatuur instelt. „Vluchten ze dan naar de dijk? En waar gaan ze dan precies graven?”

Hij houdt de ontvanger omhoog als hij over het schouwpad langs het water loopt. Ineens klinkt er een ritmisch piepje uit het apparaat. „Hoor je dat? Dat is een signaal”, zegt hij enthousiast.

Laat de bever zich zien?

We lopen door het hoge gras langs de oever, over ‘wissels’, de paadjes die bevers zelf maken. Overal zien we de sporen van hun harde werk: omgeknaagde boomstammen, takken en houtsnippers.

„Kijk, deze boom is pas geleden nog bewerkt”, wijst de deskundige van A en Maas aan. „Ze eten in de winter vooral de bast van bomen omdat er dan geen waterplanten zijn. Het hout gebruiken ze daarna als bouwmateriaal voor hun burcht.”

Als je je vinger uitsteekt, is-ie eraf

Ronald Wolters

Het is indrukwekkend om te zien hoeveel kracht zo’n dier in zijn kaken heeft. „Als je je vinger uitsteekt, is-ie eraf, zo scherp zijn die tanden!”

Hoogwaterverblijf (© Kirsten Rietbergen)

De bever-terp en andere snufjes

De piepjes verdwijnen; de bever laat zich niet zien. Dus we lopen weer rustig verder. Tijdens de wandeling vertelt Wolters over de oplossingen die het waterschap bedenkt. Want de bever doden? Dat is geen duurzame optie. Het is een beschermde diersoort. En met de zevenduizend bevers die nu in Nederland leven heeft dat ook weinig zin. „Bevers zijn heel territoriaal”, legt hij uit. „Als je bevers uit hun territorium weghaalt, zitten er binnen een paar weken nieuwe bevers op die plek.”

Daarom experimenteert het waterschap met ‘beverterpen’ en ‘hoogwatervluchtplaatsen’. Dit zijn kunstmatige eilanden of houten vlotten waar de bever bij hoogwater droog kan zitten. Want de bever zoekt dan een hoger plekje op om een hol te maken of te schuilen. „We proberen de bever eigenlijk een beetje te foppen door een aantrekkelijker plekje te bieden dan de dijk”, verklapt Wolters met een lach.

ronald wolters met antenne jpg
Ronald Wolters met antenne (© Kirsten Rietbergen)

Graven onder de radar

Het grote probleem is dat bevers hun gangen vaak onder water beginnen. „Je ziet het pas als de boel instort”, aldus Wolters. „Boeren langs het water kunnen erover meepraten. Lekker als je trekker ineens wegzakt door een ondergrondse gang. Maar het kan erger: we vinden wel eens een gat in een fietspad of langs de weg. En wat denk je van een gat in een belangrijke dijk?”

Daarom is dit onderzoek volgens hem zo belangrijk. Door de bevers te volgen met zenders leren de onderzoekers waar de risico’s liggen.

Hij laat op zijn telefoon een speciale app zien waarin alle meldingen van de gezenderde bevers samenkomen. „We zien in de data dat ze soms uitstapjes maken naar gebieden van andere families. Of een nachtje ergens anders gaan logeren. Dat ze mild kunnen zijn voor hun buren, dat wisten we nog niet. Misschien omdat het familie van ze is? Daar proberen we achter te komen.”

Verborgen buren

Terwijl we verder peilen, passeren we een burcht in het struikgewas: een enorme berg dode takken. De antenne piept nu luid en duidelijk. De bever zit daar ergens beneden, verscholen in zijn zelfgebouwde huis van takken en modder. We zien hem niet – bevers zijn vooral ’s nachts actief – maar we horen wel gerommel onder de takken.

Ook de beverdeskundige is enthousiast. We wachten in de hoop dat het dier zijn neus naar buiten steekt. Het lijkt tegenstrijdig, maar de dijkbeschermer is steeds meer gaan houden van het dier dat ‘zijn’ dijken ondermijnt. „Bevers zijn hartstikke goed voor de natuur. Door hun geknaag en gedam ontstaat er veel biodiversiteit. Overal waar de bever actief is, zijn er veel meer vissen, libellen en vogels. Let maar op: misschien zie je zo wel een ijsvogeltje of winterkoninkje. Die nestelen zich vaak bij een burcht. Spechten gaan tekeer op het dode hout, futen en aalscholvers komen op de vis af.”

Lees het volledige artikel op De Gelderlander, BNDeStem of het AD

(Auteur Kirstin Rietbergen)