Zoeken
In juli 2021 stonden grote delen van Limburg in korte tijd onder water, door een combinatie van hoogwater en extreme buien. Een gevolg van klimaatverandering met enorme schade als gevolg. Dit kan ook in de regio ’s-Hertogenbosch gebeuren. De waterschappen, gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat onderzoeken daarom het komende jaar samen de opgave en mogelijke oplossingsrichtingen.
Belangstellenden zijn welkom om op dinsdag 11 februari tussen 18.30 uur tot 20.30 uur het inrichtingsvoorstel te bekijken tijdens een inloopbijeenkomst bij ons districtskantoor in Deurne.
Hier vindt u het digitale deel van de MER van dijkverbetering Doeveren.
In Wijboschbroek is een speciale maatregel genomen om de das te helpen: er is een kunstburcht aangelegd.
Wijboschbroek kent een rijke cultuurhistorie die teruggaat tot de middeleeuwen en zelfs verder.
Wat is er onderzocht?
De effecten van de dijkverbetering op de Natura 2000 en beschermde planten- en dierensoorten zijn onderzocht. Voor de Natura 2000 is een berekening opgesteld met speciale software, de zgn. Aerius berekening. Voor beschermende soorten is een quick scan en ecologisch veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de regels van het Rijk en de provincies.
Daarnaast is gekeken naar de effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en houtopstanden.
Wat zijn de effecten en hoe beperken we die?
Natura 2000
De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden liggen op ca. 5 km afstand van het project. Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring tijdens de aanlegfase hebben geen effect op de natuur. Voor de effecten van stikstof op de Natura 2000, als gevolg van de uitvoering werkzaamheden aan de dijk, is berekend dat er geen significant negatieve effecten worden verwacht. De score van het ontwerp op Natura 2000 gebieden is daarom neutraal (0).
Natuur Netwerk Brabant
De dijkverbetering ligt naast enkele gebieden met de status Natuurnetwerk Brabant, zoals een wilgenstrook, het Oude Maasje (deels) en de Maas zelf. Zie ook het figuur hieronder.

De maatregelen vinden plaats buiten het Natuur Netwerk Brabant en tasten daarmee geen ecologische waarden en kenmerken van deze natuur aan. Met name een smalle wilgenstrook ligt erg dicht bij de dijk. Door te kiezen voor een ontwerp met een heavescherm hoeft de wilgenstrook niet te worden gekapt, waar dat met bijvoorbeeld een de aanleg van een brede berm aan de dijk wel nodig was geweest.
De score is daarom neutraal (0).

Planten- en dierensoorten
Onder de Omgevingswet worden in het wild levende dier- en plantensoorten beschermd. In het projectgebied zijn diverse soorten vleermuizen aangetroffen in de bomen langs de Heusdenseweg. In het ontwerp wordt één boom gekapt. Ondanks deze kap blijft de vliegroute langs de Heusdenseweg intact en is er geen negatief effect op vleermuizen. Mede om deze reden is voor een ontwerp gekozen waarbij het minste aantal bomen gekapt hoeven te worden. Om vliegroutes niet te verstoren worden de werkzaamheden bij daglicht uitgevoerd, of in de winterrustperiode van de vleermuis (november tot maart).
Daarnaast moet rekening gehouden worden met broedende vogels in de periode maart tot en met juli. Mogelijk moeten er maatregelen getroffen worden om negatieve effecten op broedende vogels te beperken (mitigerende maatregelen). Dit geldt in ieder geval voor de roek, die is aangetroffen aan de oostzijde van het projectgebied. Hier mogen tijdens het broedseizoen geen verstorende werkzaamheden plaatsvinden.
De score van het ontwerp op soorten is negatief (-) zonder mitigerende maatregelen en neutraal (0) met mitigerende maatregelen.
Houtopstanden
Er wordt één boom gekapt omdat het heavescherm de Heusdenseweg moet kruisen. Deze boom bevindt zich in de gemeente Waalwijk. Er is gekozen voor een ontwerp waarbij de Heusdenseweg zodanig wordt gekruist, dat het slechts gaat om één boom. De kap van deze boom wordt financieel gecompenseerd.
De score van het ontwerp voor houtopstanden is negatief (-).
Wat is er onderzocht?
Afhankelijk van welke principe-oplossing (het voorkeursalternatief) voor de dijkverbetering wordt gekozen en hoe het ontwerp daarna verder wordt ingevuld, is er meer of minder ruimte nodig. Deze ruimte voor de dijk gaat ten koste van de achter de dijk liggende landbouwgrond.
Zo heeft een brede berm aan de dijk een grotere ruimtevraag dan het plaatsen van een heavescherm in de dijk. In de verschillende fasen van het project is gekeken naar en gerekend aan deze ruimtevraag.
Wat zijn de effecten en hoe beperken we die?
Als principe-oplossing heeft het plaatsen van een heavescherm het kleinste ruimtelijke effect. Voor het plaatsen van een heavescherm is slechts tijdelijk een ruimtegebruik benodigd van 30 meter. Wanneer het heavescherm in de grond is geplaatst, wordt de dijk weer hersteld.
Mede daarom is gekozen voor het heavescherm, en niet voor bijvoorbeeld een brede berm.
Ook is extra grondonderzoek gedaan en zijn berekeningen gemaakt om de opgave voor de stabiliteit van de dijk (macrostabiliteit) beter in kaart te brengen. Daaruit bleek dat de dijk stabiel genoeg is, en dat er dus geen ruimte nodig is voor extra stabiliteitsmaatregelen.
Het ontwerp scoort neutraal (0) op ruimtegebruik.
Wat is er onderzocht?
De effecten van het ontwerp op landschap, cultuurhistorie en archeologie zijn onderzocht. Dit gebeurt door de, voor deze onderwerpen, waardevolle elementen in beeld te brengen en te beoordelen wat de gevolgen van de dijkverbetering zijn op deze elementen. Het gaat voor landschap bijvoorbeeld om het Oude Maasje en de bakenbomen langs de Maas.
Voor cultuurhistorie gaat het om onder andere over de bedijking van het Oude Maasje, de dijken die zijn aangelegd als gevolg van meerdere grote overstromingen en het afwateringskanaal ’s Hertogenbosch-Drongelen. Hieraan gerelateerde elementen zijn onder andere de nieuwe dijken langs de Bergsche Maas, het gemaal en sluizencomplex Gansoyen, de Genderensche Sluis en de loswal met toegangsweg in de uiterwaard in het westen van het projectgebied.
De waardevolle elementen voor archeologie bevinden zich onder de grond. Daarom is er een bureaustudie en een veldonderzoek uitgevoerd op zoek naar de bewoning op de oevers van het Oude Maasje en de Dussense stroomgordel. Eventuele resten, zoals rituele deposities (offers aan goden of bovennatuurlijke machten), dumps, scheepswrakken en voordes (oversteekbare plaatsen in de rivier), kunnen dateren vanaf de Romeinse tijd (Oude Maasje) of de Late Bronstijd (Dussen).
Wat zijn de effecten en hoe beperken we die?
Landschap
Voor landschap zijn er geen effecten omdat het landschap intact blijft. De algehele ruimtelijke beleving blijft behouden. Het ontwerp scoort daarom neutraal (0) op landschap.

Cultuurhistorie
Het enige effect met betrekking tot cultuurhistorie is de kap van één lindeboom aan de Heusdenseweg. Omdat het om één boom gaat, wordt de doorgaande lijn van bomen niet aangetast. De score voor het ontwerp op cultuurhistorie is daarmee neutraal (0).

Archeologie
De bodem van het projectgebied is door onder andere landbouwactiviteiten reeds verstoord tot een diepte variërend van 10 centimeter tot maximaal 160 centimeter onder maaiveld. Dat betekent dat de bodem in het verleden is geroerd, en dat eventuele archeologische lagen waarschijnlijk verloren zijn gegaan. Er zijn in het veldonderzoek dan ook geen archeologische vondsten aangetroffen. Dat betekent niet dat ze er helemaal niet zijn. Het veldonderzoek heeft pleksgewijs plaatsgevonden, dus niet het hele gebied is in beeld gebracht.
Omdat de zone waar het heavescherm de grond ingaat heel smal is, is de kans op (verdere) verstoring van de archeologie of het alsnog doen van een archeologische vondst niet zo groot. Desondanks worden de werkzaamheden op plaatsen waar de bodem niet geroerd is, uitgevoerd onder archeologische begeleiding. Dit betekent dat er een archeoloog meekijkt tijdens de graafwerkzaamheden. Dit wordt verder uitgewerkt in een vooraf op te stellen programma van eisen.
De score is negatief (-) op het aspect archeologie, omdat er graafwerkzaamheden plaatsvinden in de ondergrond. De effecten worden zoveel mogelijk beperkt (gemitigeerd) door te werken onder archeologische begeleiding. Inclusief archeologische begeleiding scoort de variant neutraal (0) op archeologie.
Wat is er onderzocht?
De effecten van het ontwerp op het peil (de waterstand) en de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater zijn onderzocht. De effecten ten aanzien van het grondwater- en oppervlaktewaterpeil zijn berekend met een grondwatermodel.
Wat zijn de effecten en hoe beperken we die?
Grondwater
Normaal stroomt het grondwater van de Maas in de richting van de polder. Het heavescherm blokkeert de stroming en heeft daarom een klein verdrogend effect direct achter de dijk en een klein vernattend effect in het voorland. Uit berekeningen blijkt dat direct naast het heavescherm een verlaging/verhoging van de grondwaterstand van 2 tot 5 cm kan plaatsvinden. De effecten zijn kleiner naarmate de afstand tot het heavescherm groter is. Op 50 m afstand zijn geen effecten meer berekend. Deze effecten zijn dusdanig klein dat ze wegvallen binnen de natuurlijke fluctuaties van het grondwaterpeil.
Bij de aanwezigheid van een kleilaag in de ondergrond zijn de effecten iets groter, maar beperkt tot een maximale toe- en afname van 15 cm tijdens een hoogwatergolf. Zonodig kunnen maatregelen worden getroffen om dit te mitigeren.
De score voor het ontwerp op het aspect grondwaterstand is negatief (-) exclusief mitigerende maatregelen. De score is neutraal (0) inclusief mitigerende maatregelen.
De kwaliteit van het grondwater wijzigt niet als gevolg van het ontwerp. Dit in tegenstelling tot wanneer voor een kunststof scherm zou zijn gekozen. Dan is er een verhoogde kans op microplastics in het grondwater. Bij het ontwerp met het stalen scherm zou hooguit sprake kunnen zijn van een lichte verhoging van het ijzergehalte in het grondwater, iets wat van nature al voorkomt. De score van het ontwerp voor de grondwaterkwaliteit is neutraal (0).
Oppervlaktewater
Op basis van de beperkte hierboven geschetste gevolgen voor de grondwaterstand worden geen negatieve effecten verwacht voor het oppervlaktewatersysteem.
Er zijn daarnaast ook geen effecten voor de oppervlaktewaterkwaliteit. De score voor oppervlaktewater is daarom neutraal (0).