Waterbericht april: op één na droogste april sinds begin metingen


8 mei 2026

Na een reeks maanden met normale hoeveelheden neerslag was april uitzonderlijk droog. Landelijk gezien was het zelfs de op één na droogste april sinds het begin van de metingen. Gemiddeld viel er deze maand zo’n 10 millimeter neerslag. Daarmee doet april wat hij vaker wil: droog zijn, maar dit jaar in versterkte mate.

Normaal gesproken valt er in april gemiddeld rond de 40 millimeter regen. De geringe neerslag van deze maand past in een langere trend van afnemende regen in april. Waar in de meeste maanden juist meer regen valt dan begin vorige eeuw, is april een uitzondering. De gemiddelde neerslag daalde van 46 millimeter (1901–1930) naar 41 millimeter (1991–2020).

Daarnaast was april een zeer zonnige maand, vaak met een oostelijke wind en bijbehorende droge lucht. Door de combinatie van weinig neerslag, veel zon en droge lucht is het neerslagtekort snel en fors opgelopen. Voor het watersysteem is de regen in de eerste week van mei dan ook zeer welkom.

Neerslagtekort

In april is het neerslagtekort met 80 millimeter toegenomen. Dat betekent dat er 80 millimeter meer water is verdampt dan er is gevallen. Omgerekend gaat het om ongeveer 130 miljoen kuub water. Ter vergelijking: in een zeer droog jaar onttrekken boeren in heel Brabant samen ongeveer 100 miljoen kuub water.

Het neerslagtekort komt voor ons werkgebied, gemeten bij Volkel, uit tussen de mediaan en de 5 procent droogste jaren. Omdat deze meting loopt vanaf 1 januari, is er op dit moment nog sprake van een lichte waterbuffer. De bijbehorende figuur laat dit zien: de zwarte lijn voor het huidige jaar, de groene lijn voor de 5% droogste jaren, de blauwe lijn voor de mediaan en de rode lijn voor recordjaar 1976.

Grondwaterstanden op 7 mei 2026, met afwijking ten opzichte van een gemiddelde stand

Wat betekent dit voor de grondwaterstanden?

De grondwaterstanden zijn in april 10 tot 30 centimeter gedaald. Die daling past bij de tijd van het jaar: in het voorjaar is grondwater meestal in een neerwaartse beweging. De afwijking ten opzichte van wat gemiddeld wordt verwacht, is niet veel groter geworden dan een maand geleden.

Wel is het beeld in het gebied ongelijk. Er zijn grondwaterstanden van zeer laag tot aan de hoge kant. Er is dus geen sprake van een gelijk beeld. Met name de hogere delen van het werkgebied hebben nog last van het droge jaar 2025. Daar staan de grondwaterstanden tot 50 centimeter lager dan gemiddeld. In gebieden zoals de Maashorst is dat duidelijk zichtbaar. In en rond de Deurnsche Peel bleven de grondwaterstanden ook in april stabiel en aan de hogere kant. In de rest van het gebied gaat het om gemiddelde waarden of lichte afwijkingen.

Neerslagtekort vanaf 1 januari, gemeten in Volkel

Hoe staat het met de waterstanden en afvoeren in sloten en beken?

In april zijn de afvoeren in sloten en beken gestaag gedaald en aan de lage kant terechtgekomen, maar nog ruim boven kritische waarden. Onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater zijn daarom niet aan de orde geweest. Door de regen begin mei zijn de afvoeren weer gestegen naar normale waarden voor de tijd van het jaar.

Beken op de hogere gronden voeren nog wel weinig water af. Dat komt doordat het grondwater daar nog niet hoog genoeg staat. Het grondwater is namelijk de belangrijkste waterbron voor deze beken. Op enkele kleine sloten en beken in de hogere delen is sprake van droogval. In beken en sloten waar nog water staat, worden de waterstanden met stuwen zo hoog mogelijk gehouden.

Hoe is het op land?

De bodem is in april snel opgedroogd door veel zon en een aanhoudende oostenwind. De bovenste laag van de bodem, de eerste 15 centimeter, bevatte nog maar weinig vocht. Dieper in de bodem is nog wel vocht aanwezig. De bodem is dus niet uitgedroogd, maar de droogte beperkt zich tot de bovenlaag.

Omdat zaden en jonge plantjes ondiepe wortels hebben, nam de beregeningsbehoefte wel toe. Zonder vocht kunnen zaden niet ontkiemen. De regen van begin mei heeft de toplaag weer natter gemaakt, waardoor die extra beregening nu niet meer nodig is.

Hoe staat het met de Maas?

De Maas had in april een iets lagere afvoer dan gemiddeld. Richting het einde van de maand daalde de afvoer tot ongeveer 80 m³ per seconde, tegenover een gemiddelde van 160 m³ per seconde. Ook de Maas is na de regenval begin mei weer opgeveerd. De afvoer is de hele periode ruim voldoende gebleven om alle functies van water te kunnen bedienen.

Hoe gaat het waterschap met de huidige situatie om?

Met het peilbeheer wordt actief geanticipeerd op de droge situatie. Stuwen staan hoog om water zo goed mogelijk vast te houden. De zogeheten conserveringsmarge (maximaal vasthouden van water) is op grote schaal ingezet. Zolang de grondwaterstanden nog niet op orde zijn en niet hoger dan gemiddeld, blijven we inzetten op hoge peilen.

Verzoeken om peilverlaging worden kritisch beoordeeld, waarbij lokaal maatwerk mogelijk blijft. Als de situatie verandert, wordt het peilbeheer aangepast. Daarnaast is de aanvoer van water verder opgevoerd en draait met name de aanvoer via de Noordervaart op maximaal niveau.

Wat is de verwachting voor de komende weken?

De maand mei lijkt verder wisselvallig te verlopen. Daardoor verwachten we geen grote droogteproblemen op korte termijn. Het weer oogt zelfs gunstig voor groei, waar zowel landbouw als natuur van profiteren.