Zo verliep de laatste watersnoodramp in Oost-Brabant precies 100 jaar geleden, en daar kunnen we nu nog van leren


1 januari 2026

De jaarwisseling van 1925 op 1926 staat in Oost-Brabant en Gelderland bepaald niet bekend als een feestelijk moment. Terwijl mensen zich opmaakten voor het nieuwe jaar, liet de Maas haar onstuimige kant zien.

De Maasdijk brak en grote delen van het gebied kwamen onder water te staan. Het is nu 100 jaar geleden, maar het verhaal van deze ramp laat nog altijd zien hoe nauw ons leven verbonden is met de rivier.

Het water kwam tot aan het bordes van het raadhuis in Cuijk. Bron: Brabants Historisch Informatiecentrum.

Een grillige rivier

Al eeuwenlang wisten mensen langs de Maas dat winterweer gevaar kon brengen. Vooral vroege winters, met sneeuw in oktober en snelle wisselingen tussen vorst en dooi, vergrootten de kans op overstromingen. In die omstandigheden ontstonden soms ijsdammen: opgehoopte ijsschotsen die het water tegenhielden en het peil steeds verder lieten stijgen.

De Maas zag er toen heel anders uit dan nu. De rivier meanderde met talloze bochten door het landschap. Juist daar konden ijsschotsen vastlopen en zich opstapelen. Vanaf ongeveer 1850 nam dit probleem langzaam af, doordat het water iets warmer werd. Dit kwam door een zachter klimaat en lozingen van industrieel koelwater in de Maas. Toch bleef de rivier kwetsbaar. Door de vele bochten kon het water slecht wegstromen en bij storm en hoge waterstanden bleef het risico op dijkdoorbraken groot.

Leven met de overlaat

Om het gevaar te beperken, werden ingrijpende keuzes gemaakt. Een daarvan was de aanleg van de Beersche Overlaat. Tussen Linden en Gassel werd bewust een verlaging in de dijk aangebracht. Als de Maas te hoog kwam, kon het water daar gecontroleerd overheen stromen en zich verspreiden over delen van Oost-Brabant. Zo bleef het waterpeil elders lager.

Dat betekende wel dat grote stukken Oost-Brabant vrijwel ieder jaar overstroomden. Voor de mensen die er woonden en werkten, was dat een zware last. De onvrede groeide. In 1921 werd daarom waterschap de Maaskant opgericht, om de overlaat en de dijken beter te beheren en de overlast te verminderen. Een jaar later werd de overlaat verhoogd, zodat deze minder vaak in werking trad. Dit waterschap is een van de voorlopers van het huidige waterschap Aa en Maas.

De winter die alles veranderde

De winter van 1925 begon onheilspellend. November was koud en nat en in het hele stroomgebied van de Maas viel veel sneeuw. Vanaf half december sloeg het weer om. Sneeuw smolt, zware regen viel en stormen joegen over het land. De Maas steeg snel en bleef stijgen.

Op 30 december stroomde het water over de verhoogde Beersche Overlaat. Het was niet genoeg. Een dag later, op oudejaarsdag, brak de dijk aan de Gelderse kant tussen Nederasselt en Overasselt. Op nieuwjaarsdag 1926 zagen mensen in Brabant kwelwater achter de dijken verschijnen: een teken dat het water zich een weg naar boven zocht. Op 2 januari gingen de dijken op meerdere plekken tussen Beugen en Cuijk door.

Een journalist reisde kort na de doorbraken met het Duits Lijntje van Boxtel richting Gennep. Wat hij zag, beschreef hij later in de krant. Bij Boxtel stond het water bijna tot aan het spoor. Verder naar het oosten zakte het water even, om rond Veghel weer te stijgen. Tot Mill bleef het land droog, maar daarna lagen uitgestrekte watervlaktes. De trein kwam niet verder dan Haps.

De verslaggever besloot te voet verder te gaan en liep over het spoor tot Kruispunt Beugen, waar hij de nacht doorbracht. Vanaf het hoger gelegen station keek hij uit over een ondergelopen landschap: vee dat naar hoger gelegen grond werd gedreven, huizen die tot aan de dakrand in het water stonden en een viaduct dat door het kolkende water was ingestort op het moment dat er een trein met wagons overheen reed. Dat spoorwegviaduct tussen Mill en Haps, bedoeld om de Sint Anthonisloop te kruisen had het begeven: het fundament was ondermijnd.

Hoewel er enorme schade was, vielen er in Brabant geen slachtoffers. De ramp bleef beperkt tot materiële verliezen.

Ontspoorde trein, veroorzaakt door het instorten van een brug over de Sint Anthonisloop tussen Mill en Haps van het Duits Lijntje op 3 januari 1926. Bron: Fotopersbureau Het Zuiden, collectie BHIC.

Leren van het water

De overstroming van 1925/1926 was de laatste keer dat de Maasdijk brak. Daarna veranderde er veel. De Maas werd aangepakt: bochten werden afgesneden, de rivier werd verruimd en het water kreeg meer ruimte om veilig af te voeren. En ook de dijken werden versterkt.

Na deze grootschalige werkzaamheden volgden onderzoeken om te bepalen of de waterveiligheid voldoende was verbeterd. Toen dat het geval bleek, werd in 1942 de Beersche Overlaat definitief afgesloten. Een hoofdstuk in de Brabantse watergeschiedenis sloot zich.

Een verhaal dat doorgaat

Precies een eeuw lang zijn grote dijkdoorbraken ons bespaard gebleven. Toch is het verhaal van de Maas nog niet af. Nederland is dichter bevolkt dan ooit en er zijn meer bedrijven dan vroeger. Een dijkdoorbraak zou nu veel grotere gevolgen hebben. Bovendien zorgt klimaatverandering voor hogere piekafvoeren op de Maas.

Daarom werken we ook vandaag de dag aan veilige dijken. Zo is de dijkverbetering tussen Lith en Ravenstein in volle gang en wordt ook het traject tussen Cuijk en Ravenstein voorbereid. Het doel is hetzelfde als honderd jaar geleden: wonen, werken en leven met het water, maar dan zo veilig mogelijk. Meer weten over al onze dijkverbeteringsprojecten? Kijk op onze pagina 'Veilige Dijken' via onderstaande button.

Lees meer over onze dijken

Duik in de geschiedenis

Wie de laatste grote watersnood van het gebied wil herdenken of zelf wil beleven, kan terecht bij het Brabants Historisch Informatie Centrum of bij de herdenkingswebsite.

Ook in het landschap zijn de sporen nog te vinden. Langs het Duits Lijntje, tussen Haps en Mill, ligt de plek waar ooit het viaduct instortte. En langs de Maasheggen voert een wandelroute langs verhalen van water, land en mensen.

Het hoge water in Lithooijen, met de Sint-Remigiuskerk op de achtergrond. Bron: Foto Bouwens, Henricus, collectie BHIC.