Waterbericht oktober: regen een flinke oppepper voor het watersysteem


3 november 2026

Oktober was een natte maand. Vooral in het noorden van ons werkgebied viel veel neerslag: daar werd ongeveer 120 mm gemeten. In het zuiden bleef de teller steken rond de 90 mm. Ter vergelijking: normaal gesproken valt er in oktober gemiddeld zo’n 65 mm regen. De vele regen van oktober gaf het watersysteem een flinke oppepper en was een welkome aanvulling. Maar de sporen van de langdurige droogte zijn nog niet overal verdwenen. In dit waterbericht lees je hoe het watersysteem er nu voor staat.

Neerslagtekort

Door de regen van de afgelopen periode en de lagere temperaturen, waardoor minder water verdampt, is het neerslagtekort flink afgenomen. Het tekort, het verschil tussen de hoeveelheid neerslag en de hoeveelheid verdamping, is met ongeveer 70 mm gedaald.

Daardoor bevindt het neerslagtekort zich niet langer binnen de 5% droogste jaren. Wel ligt het nog altijd boven de mediaan, wat aangeeft dat de gevolgen van de droge periode nog niet volledig zijn verdwenen.

In de onderstaande figuur is dit zichtbaar. De zwarte lijn toont de situatie van dit jaar, de groene lijn geeft de 5% droogste jaren weer en de blauwe lijn laat de mediaan zien. Hierdoor is goed te zien hoe het huidige jaar zich verhoudt tot eerdere jaren.

Doorlopend neerslagtekort vanaf 1 januari gemeten in Volkel

Wat betekent dit voor de grondwaterstanden?

De grondwaterstanden laten momenteel een wisselend beeld zien. In de lagere delen van het werkgebied en in de polders reageren de grondwaterstanden snel op regenval. Dankzij de neerslag van de afgelopen periode staan de grondwaterstanden daar nu overwegend op een normaal of zelfs hoger dan normaal niveau. Die snelle reactie heeft echter ook een keerzijde: als het langere tijd droog blijft, kunnen de grondwaterstanden hier net zo snel weer dalen.

Op de hogere gronden is de situatie anders. Daar zijn de grondwaterstanden nog altijd laag voor de tijd van het jaar, met afwijkingen van ongeveer 30 tot 70 centimeter onder het gebruikelijke niveau. Deze gebieden reageren veel trager op neerslag en hebben een langere periode met voldoende regen nodig om verder te herstellen.

In de onderstaande figuur is te zien hoe de grondwaterstanden zijn veranderd ten opzichte van 1 oktober. Duidelijk zichtbaar is het contrast tussen de hogere gronden, waar de grondwaterstanden nog achterblijven, en de lagere delen van het werkgebied, waar de regen snel heeft geleid tot hogere grondwaterstanden. Een uitzondering vormt de Deurnsche Peel in het uiterste zuidoosten van het werkgebied. Ondanks de hogere ligging zijn de grondwaterstanden daar gemiddeld tot iets hoger dan normaal.

Grondwaterstanden op 1 oktober 2026 en 2 november 2026 met de afwijking van wat een gemiddelde stand is op dezelfde datum

Hoe staat het met de waterstanden en afvoeren in sloten en beken?

De situatie van het oppervlaktewater is de afgelopen periode duidelijk verbeterd. Dankzij de vele neerslag en de grotere beschikbaarheid van aanvoerwater herstellen beken, sloten en rivieren zich geleidelijk van de droge omstandigheden.

Zo voert de Aa bij Den Bosch weer ongeveer een gemiddelde hoeveelheid water af en stroomt ook de Raam bij Grave weer. Daarnaast kan in het zuiden van het Raamgebied meer water worden aangevoerd via de Peelkanalen. Daardoor kunnen meer sloten en beken worden voorzien van water dan enkele weken geleden.

Het aantal drooggevallen waterlopen is ten opzichte van eind september nauwelijks veranderd. Wel is de aanvoer van water met blauwalgen sterk afgenomen, wat een positieve ontwikkeling is voor de waterkwaliteit.

De onderstaande figuur toont de actuele droogval van sloten en beken die door het waterschap worden beheerd, vergeleken met 25 september. Daarbij is het belangrijk om te bedenken dat de werkelijke droogval groter is dan op de kaart zichtbaar. Kleinere waterlopen die niet in beheer zijn van het waterschap zijn namelijk niet in deze weergave opgenomen.

figuur 3 droogval
Vergelijking droogval sloten en beken met blauwalg tussen 25 september er 2 november

Hoe staat het de Maas?

De Maas kende in oktober grote schommelingen in de afvoer. Begin oktober bereikte de rivier het laagste peil van het jaar, met een gemiddelde afvoer van slechts 17 m³ per seconde. Het beschikbare water was toen zo beperkt dat niet aan alle watervraag kon worden voldaan. Vooral de scheepvaart ondervond hiervan hinder. Ook de aanvoer van water naar ons werkgebied lag in die periode tijdelijk lager dan gewenst.

Later in de maand veranderde het beeld volledig. Door neerslag in het stroomgebied steeg de afvoer van de Maas sterk en werd eind oktober zelfs een piek van ruim 200 m³ per seconde bereikt. Daarmee was sprake van de hoogste afvoer in maanden.

Inmiddels is de afvoer alweer flink afgenomen. Als neerslag in het Maasstroomgebied uitblijft, zal de afvoer naar verwachting opnieuw laag blijven.

De onderstaande grafiek laat zien hoe sterk de afvoer van de Maas gedurende oktober heeft geschommeld. De metingen zijn uitgevoerd bij Sint Pieter.

Afvoer van de Maas in oktober gemeten in Sint Pieter.

Hoe gaan we met de huidige situatie om?

  • Met ons peilbeheer anticiperen we op de situatie. Stuwen staan hoog om water zo goed mogelijk vast te houden. Hierbij is de zogeheten conserveringsmarge (maximaal vasthouden) massaal ingezet. Zolang de grondwaterstanden nog niet op orde zijn, en niet hoger staan dan gemiddeld, blijven we inzetten op hoge peilen.
  • We vragen aan boeren om ook zoveel mogelijk water vast te houden door bijvoorbeeld drainagesystemen niet op standje afvoer te zetten.
  • De aanvoer van water uit de Maas is overal maximaal naar behoefte. De aanvoer is vooral via de Noordervaart fors hoger dan eind juli/ begin augustus. Hierdoor is het bereik van het aanvoerwater veel groter en kunnen meer sloten en beken van water worden voorzien.
  • Vistrappen worden weer opengezet zodra dat kan, maar gaan ook dicht als het moet.
  • We meten continu waterstanden en afvoeren en proberen het beschikbare water zo goed mogelijk te verdelen.

Wat is de verwachting voor de komende weken?

Na de natte oktobermaand lijkt zich opnieuw een drogere periode aan te dienen. Dat betekent dat het herstel van het watersysteem waarschijnlijk zal vertragen. Als er langere tijd geen neerslag valt, zullen de grondwaterstanden naar verwachting weer geleidelijk dalen.

De impact van een droge periode in november is gelukkig minder groot dan in de zomer. Door de lagere temperaturen verdampt er minder water en is ook de watervraag vanuit landbouw, natuur en omgeving kleiner. Toch blijft voldoende neerslag nodig om het watersysteem verder te laten herstellen van de droge periode van de afgelopen tijd.