De noodzaak van veilige dijken bovenaan de politieke agenda


Carlos Ceelaert vertelt over zijn hectische start als hoofd sector Planvorming en Nieuwe Werken.

En over de verandering die het hoogwater teweegbracht.

Op 1 januari 1995 startte ik in mijn nieuwe functie als hoofd sector Planvorming en Nieuwe Werken bij waterschap de Maaskant waar ik voorheen hoofd Technische Dienst was. Binnen mijn takenpakket viel naast beleidsvorming voor de verschillende taken van het waterschap, ook het realiseren van nieuwe werken zoals dijkverbetering en verbetering van de waterhuishouding. Meteen de eerste maand in deze nieuwe functie kreeg ik te maken met extreem hoog water. Een noodsituatie waarin uiterst intensief werd samengewerkt en 24 uur per dag gecommuniceerd werd met onze partners en andere belanghebbenden.

Generale repetitie in 1993

Rondom de kerst en de jaarwisseling van 1992-1993 hadden we al eerder te maken gehad met extreem hoog water. Het hoogwaterteam dat destijds ervaring had opgedaan met een dergelijk probleem was nu dan ook goed voorbereid. We hadden als het ware een generale repetitie achter de rug. Dat maakte dat we ondanks de heftige situatie het vertrouwen hadden dat het onder controle te houden was. De lijnen waren kort en de taakverdeling was helder. Dagelijks kregen we nieuwe hoogwaterberichten van Rijkswaterstaat en de crisisdiensten van gemeente en brandweer stonden stand-by.

Gigantische impact voor bewoners Keent

Op onze beurt gaven wij dagelijks in een persbericht een update van stand van zaken en hielden we nauw contact met bewoners. Voor het buurtschap Keent werd besloten tot evacueren omdat er destijds slechts twee toegangswegen naar dit buurtschap liepen. Het water dreigde daar zo hoog te komen dat het gebied als een soort eiland afgesloten zou raken. Een operatie met een gigantische impact voor de betrokken bewoners.

Waterveiligheid goed ingebed in politiek

Al tijdens het bereiken van de hoogwaterpiek in ons gebied, op 3 februari 1995, stelde de toenmalige minister van Rijkswaterstaat, Annemarie Jorritsma, 50 miljoen extra ter beschikking voor dijkverbetering. De doelen van het dijkverbeteringsprogramma, werden naar voren gehaald; al in 2000 moesten alle dijken aan de daarin gestelde normen voldoen in plaats van de eerdere deadline van 2008. Dit doel werd al in april 1995 vastgelegd in een nieuw ontwikkelde wet: de Deltawet Grote Rivieren. De noodzaak van veilige dijken was prominent bovenaan de politieke agenda komen te staan waardoor deze wet binnen enkele maanden na het hoogwater al werd aangenomen door het parlement. Waterveiligheid is mede daardoor inmiddels goed ingebed in de politiek. En ook bij het grote publiek is het belang van droge voeten en duurzaam omgaan met water algemeen bekend geraakt.