
We zorgen voor voldoende water in beken, kanalen en sloten. Als er teveel water is, voeren we het af. Voor drogere tijden ‘bewaren’ we water en houden het vast. Dat gebeurt met stuwen en gemalen. En door de waterlopen juist in te richten. Zo laten we rivieren en beken opnieuw meanderen (slingeren) en richten we oevers anders in. Het water blijft daardoor langer in het gebied en kan zo het grondwater aanvullen. Dit doen we door:
Peilbeheer
We gebruiken stuwen en waterbeheersingsgemalen om het water op peil te brengen en te houden. Handmatige stuwen en een groeiend aantal automatische stuwen houden het water tegen. Zo bereiken we stroomopwaarts een hogere waterstand. De gemalen pompen het water weg of op van de ene waterloop in de andere. De zogenaamde inlaatwerken dienen voor water onder vrij verval (vanzelf stromend van hoog naar laag). Daarmee laat het waterschap het water van de ene in de andere waterloop stromen.
Het peil van het oppervlaktewater is direct van invloed op het grondwaterpeil. Een regelbare waterstand is belangrijk voor de landbouw, het stedelijk gebied en de natuur. Er spelen daarbij verschillende, soms tegenstrijdige belangen. Landbouwers die een laag peil en natuurverenigingen die een hoog peil prefereren. Het is onze taak deze belangen zorgvuldig af te wegen. In het peilbesluit staan de na te streven waterpeilen vastgelegd. Meestal verschillen de peilen per seizoen; in lage gebieden houden we ’s zomers vaak een hoger peil aan dan ’s winters.
Beheer en inrichting van waterlopen
Waterlopen moeten voor de aan- en afvoer van water in een goede staat zijn. We onderhouden dan ook het waterlopenstelsel. Dat houdt in:
De belangrijkste watergangen onderhouden we zelf. De overige watergangen zijn in onderhoud bij de eigenaar van de aanliggende grond of de gebruiker. Wij controleren alle watergangen tenminste eenmaal per jaar. Dit toezicht noemen we ‘schouwvoeren’.
Vroeger lag de nadruk vooral op een snelle aan- en afvoer van water. Tegenwoordig richten we verschillende waterlopen juist zo in, dat water zo lang mogelijk in het gebied blijft. Hiertoe vlakken we oevers af en brengen we meanders (kronkelingen) aan in waterlopen. Bij een dergelijke inrichting houden we ook rekening met de belangen van natuur en milieu. Flauwe oevers, meandering en ecologisch onderhoud geven flora en fauna meer kansen.
Verdrogingbestrijding
Waterschap Aa en Maas beïnvloedt met het oppervlaktewaterpeil de grondwaterstand. Het peilbeheer is in het verleden vooral gericht geweest op de afvoer van water om wateroverlast te voorkomen en agrarisch grondgebruik te bevorderen. De grondwaterstand is de laatste decennia gedaald. Dat komt door verlaging van de oppervlaktewaterpeilen en een toename van grondwateronttrekkingen. Dit heeft in grote delen van Nederland geleid tot verdroging van de bodem. Daardoor sterven bepaalde planten en diersoorten uit. Waar mogelijk proberen we (vaak in samenwerking met derden) de schade door verdroging weer te herstellen. Met een meer genuanceerd peilbeheer trachten we zoveel mogelijk water vast te houden in het gebied. Dat moet onnodige verdroging in de toekomst voorkomen.
Enkele projecten waarmee we de verdroging bestrijden:
Kijk ook eens naar het projectenoverzicht 'bij u in de buurt'.
© Waterschap Aa en Maas
